|
Samenhangende zorg, daar werken we aan
|
Veronique Huijbregts
Mensen met chronische aandoeningen maken een
steeds groter deel van de totale groep
patiënten uit. Dat vraagt om ingrijpende
veranderingen in de zorg. Minister van
Volksgezondheid Ab Klink legt uit waarom
ketenzorg betere zorg biedt, tegen lagere
kosten.
Welk beleid streeft u de komende jaren na
in de zorg voor chronisch zieken?
Minister Klink: ‘Laat me eerst de
achtergronden schetsen. Vroeger bestond de
gezondheidszorg vooral uit planbare
ingrepen. De dokter behandelde en opereerde
zo nodig en dat was dat. De chronisch
zieken, die er toen natuurlijk ook waren,
leefden veel korter dan nu. Mede door de
successen in de gezondheidszorg is het
aantal chronisch zieken enorm toegenomen. En
dat aantal blijft stijgen. Daardoor
verandert de aard van de zorgvraag. Bij
chronisch zieken zijn begeleiding en
afstemming zeker zo belangrijk als
behandeling. Je gaat van snijden naar
begeleiden, zoals hoogleraar Guus Schrijvers
het eens uitdrukte. Maar de huidige
bekostiging en de opleidingen zijn nog
ingericht op de oude zorgverlening.
Ziekenhuizen, specialisten, huisartsen en
fysiotherapeuten werken allemaal apart en
krijgen ook apart betaald. Met het risico
dat de zorg verbrokkelt en er te weinig
wordt gelet op samenhang en begeleiding. De
chronisch zieke moet dan vooral zelf zorgen
dat er samenhang
wordt geboden. Dat kun je van patiënten niet
vragen. Het aanbod moet integraal zijn.’ Hoe
haalbaar is zo’n integraal aanbod? ‘In
diverse projecten zijn inmiddels goede
ervaringen opgedaan met het bieden van
integrale zorg, ondanks de barrières die het
huidige zorgstelsel en de zorgbekostiging
opwerpen. De Nederlandse Diabetes Vereniging
heeft zo samen met andere instellingen en
enkele zorgverzekeraars aangetoond dat
integrale zorg goed mogelijk is. Mensen
worden er gezonder van en de zorgkosten
nemen af, omdat de complicaties afnemen. Dat
is ook gebleken bij een ketenaanpak rondom
hartfalen. Effectieve zorg is vaak de beste
zorg. Ik sprak in Zoetermeer een man met
ernstige diabetes die al diverse
oogoperaties had gehad. Hij nam deel aan het
diabetesproject. Hij vertelde dat hij in de
twee jaar dat hij begeleiding kreeg, geen
operatie meer nodig had gehad. Voor die tijd
was hij in korte tijd al meer dan tien maal
onder het mes geweest. Eén zo’n geval kan
toeval zijn, maar dit beeld zie je over de
hele linie. Er zijn bij integrale zorg
minder acute verwijzingen, minder
amputaties, minder hartinfarcten. De zorg
rantsoeneren door bijvoorbeeld het
zorgpakket uit te kleden is dan vooralsnog
niet nodig, omdat je de zorg zelf verbetert
en de zorgconsumptie afneemt. Dat is goed
voor de patiënt, maar ook voor de
zorgverleners. De artsen die meedoen aan het
hartfalenproject zijn buitengewoon trots op
het feit dat ze de complicaties met 50
procent hebben weten terug te brengen.
Daarom is onze slogan voor de komende jaren:
samenhangende zorg. Daar werken we aan.’
Hoe ziet die integrale zorg er precies
uit?
Klink: ‘Het gaat om zorg dichtbij huis en
met goede begeleiding. De eerste lijn krijgt
grote betekenis. We zetten om te beginnen
vier ketendiagnosebehandelcombinaties (dbc’s)
op, voor diabetes, COPD, hartfalen en
cardiovasculair risicomanagement. Verloopt
dit succesvol, dan komen er volgens plan ook
keten-dbc’s voor dementie, artrose en
depressie. We richten de bekostiging zo in
dat deze ketenzorg in samenhang wordt
betaald. Je krijgt als patiënt met een van
deze aandoeningen begeleiding van een
zorgverlener die de samenhang kan garanderen
en in een netwerk opereert. Voor de inhoud
van de zorg worden zorgstandaarden
ontwikkeld, zodat de zorg medisch
verantwoord is. Op basis van die standaard
stelt je begeleider in overleg met jou een
individueel zorgplan op. Hierin wordt de
behandeling toegesneden op jouw achtergrond
en leefwijze. Dat is de grote winst: de
samenhangende zorg wordt rond jou als
patiënt georganiseerd. Je krijgt tips en
aandachtspunten voor jouw specifieke
situatie. Je zorgverlenerbegeleider bewaakt
de samenhang en de naleving van het
zorgplan. We onderzoeken nog in hoeverre
hulpmiddelen en medicijnen een plek in het
integrale zorgaanbod kunnen krijgen. Bij het
opstellen van het zorgplan bepalen
begeleider en patiënt dan samen welke
hulpmiddelen en medicijnen het meest
geëigend zijn.’ Van de patiënt wordt een
actieve opstelling verwacht, blijkt uit
Klinks betoog. De patiënt houdt bijvoorbeeld
zelf bepaalde signaalwaarden in de gaten.
Bij afwijkingen kan hij direct contact
opnemen met een verpleegkundige. De moderne
communicatiemogelijkheden spelen hierbij een
belangrijke rol. ‘Neem hartfalen. Via het
gewicht houd je in de gaten of er sprake is
van een overmaat aan vocht in je lichaam. Is
de signaalwaarde te hoog, dan bel je een
verpleegkundige en overleg je of je de
behandelaar moet bezoeken. Zo’n consult zou
je via een scherm in de huiskamer kunnen
houden.’ |
Wat betekent deze zorg voor de patiënt?
‘De samenhang in de zorg en de
begeleiding geven veel meer greep op je
leven. Dat gaat psychologisch verder dan het
woord zelfmanagement suggereert. De
patiënten die ik heb gesproken hebben, ook
door het op hun persoon toegesneden
zorgplan, het gevoel dat ze er weer toe dóen.
Natuurlijk moet je als patiënt wel weten
waarop je moet letten, wanneer de
signaalwaarden contact met een zorgverlener
of aanpassingen nodig maken. Het gaat vaak
niet om ingewikkelde zaken, maar iemand moet
je er wel op attenderen en bij begeleiden.
Bij de projecten rond hartfalen en diabetes
zie je enorme resultaten, mede doordat
mensen hun leefstijl aanpassen. Dat gaat
niet op dictaat, maar op een speelse manier.
Er staat echt niet in de richtlijnen dat je
geen wijn meer mag drinken!’
Wat verwacht u in dit opzicht van
mantelzorgers?
‘Mantelzorgers zijn begaan met hun naasten.
Die kunnen wanneer ze weten waarop ze moeten
letten acute aandoeningen helpen voorkomen.
De eerste reactie zal zijn: hè, hè, nu weet
ik tenminste wat ik moet doen.’
Hoe ziet u de rol van
patiëntenverenigingen?
‘Patiëntenorganisaties kunnen bij de
totstandkoming van de zorgstandaarden een
belangrijke rol spelen. Hun inbreng komt de
kwaliteit ten goede. Bij het opstellen van
de zorgstandaard voor de zorg aan mensen met
Parkinson is heel goed geluisterd naar
patiënten. Een aandachtspunt waar die mee
kwamen, was seksualiteit. Als medicus kom je
daar niet zo snel op. De zorgstandaard en de
opleiding zijn hierop aangepast. Bij het
individuele behandelplan komt dit punt aan
de orde. ‘Verder signaleer ik bij mensen die
iets mankeren een grote behoefte om te weten
wie de beste zorg levert. Hoe vaak ik niet
benaderd word met vragen daarover! Ik zou
willen dat patiëntenorganisaties patiënten
daarover informeren. In de Verenigde Staten
gebeurt dat al. Daar zijn
patiëntenorganisaties groeperingen met veel
slagkracht. Die informatie over kwaliteit is
niet alleen belangrijk voor patiënten, maar
ook voor medici. Want die prikkelt hen tot
verbeteringen.’ |
 |
|
|