Als Bas van den Hoven in de ranke skiff glijdt, lijkt het alsof er een libelle op neerstrijkt: geen gewiebel of geklots, perfect evenwicht. Eén haal aan de riemen en hij schiet weg over het kanaal. Je zou niet zeggen dat hij een paar jaar geleden nog iedere morgen uren moest hoesten om een beetje lucht te krijgen. Cystic fibrosis, taaislijmziekte, die vooral de longen aantast en op den duur dodelijk is. In 2004, toen zijn longfunctie op 13 procent stond, gaf een dubbele longtransplantatie hem ‘een nieuw motorblok’, zoals hij zegt. ‘In het ziekenhuis was ik nog te ziek en bezorgd om te beseffen wat ik had gewonnen. Dat kwam pas toen ik merkte dat ik kon wandelen zonder dat het zwart voor mijn ogen werd.’ Hij moest een nieuwe levensinstelling ontwikkelen. ‘Voorheen draaide alles om je gezondheid, je wordt een beetje egocentrisch en denkt alleen op de korte termijn. Daarna moet je met anderen iets opbouwen, een vaste lijn ontwikkelen.’ Sporten deed Bas (31) altijd al; dokters hadden hem ingeprent dat het goed voor hem was. Terwijl hij vroeger ‘droog’ op een roeiapparaat trainde, kan hij nu zijn vleugels uitslaan – en niet alleen op de roeiclub in zijn woonplaats Tilburg.
 
‘Toen ik las dat er World Transplant Games bestonden, ben ik meteen gaan trainen. Ik heb goud gewonnen in Canada en heb in Bangkok deelgenomen. Voor de Games van dit jaar in Australië had ik een compleet roeiteam georganiseerd met trainer, website en sponsors; helaas vielen veel deelnemers af. Nu train ik voor goud met mijn partner in de dubbeltwee.’ Bas is bouwkundige, maar liever vindt hij een werkkring in de sport – nadat hij Australië en omstreken verkend heeft. ‘Ik heb een visum voor zes maanden. Backpacken is waarschijnlijk niet voor me weggelegd vanwege mijn medicijnen, maar als ik alles goed regel is reizen geen probleem.’ De medicijnen voorkomen afstoting van zijn nieuwe longen. Hoewel de dagelijkse hoeveelheid pillen er voor een leek angstaanjagend uitziet, laat Bas zich er niet door uit het veld slaan. ‘Je moet ook leven. Vroeger keek ik nooit verder dan een week vooruit, nu is de weg heel breed. Ik ben mijn donor eeuwig dankbaar.’