|
 |
Bart Vos (59) voelde zich opgebrand. Een
mislukte operatie had zijn vrouw in 1992
posttraumatische dystrofie bezorgd, een
chronische aandoening die veel pijn
veroorzaakt; later kwamen daar reuma en
evenwichtsstoornissen bij. Hijzelf had te
kampen gehad met een posttraumatische
stress-stoornis, opgelopen toen een jongen
voor zijn ogen onder de trein sprong, en een
week later een zwager precies hetzelfde
deed. ‘Ik verwerkte in die tijd niets. Ik
was als financieel adviseur bij een grote
bank een druk baasje, verzorgde mijn vrouw.
Het was overleven.’ Toen hij onderweg naar
een klant zijn auto de middenberm in wilde
rijden, kwam de mallemolen knarsend tot
stilstand. Een therapeut hielp bij het
verwerken van zijn trauma, en in 2007 stopte
hij met werken. ‘Het was een goede
beslissing. Ik ging reisboeken lezen en in
mijn hoofd de wereldreizen maken waarvan ik
altijd had gedroomd. Ik fietste veel, en
kocht een oldtimer om op te knappen. Maar
het was niet genoeg; begin 2009 was ik op.
De relatie met mijn vrouw stond onder druk,
maar je hebt lief en leed met elkaar gedeeld
en wilt elkaar niet kwijt.
|
|
Zoekend op internet kwam ik Mezzo tegen,
organisatie voor mantelzorgers. Ik las iets
over “respijtzorg”, “een weekendje weg” en
“energie opdoen”. Ik aarzelde, was bang voor
snikkende mensen en nare verhalen. Ik ben
dolblij dat ik heb doorgezet.’ De aankomst
in het hotel gaf vertrouwen. Geen moeilijke
toestanden, een luchtige introductie. ‘We
kregen steeds kleine cadeautjes van de
begeleidsters, zoals het advies een tijdje
met je gezicht in de zon te gaan staan. We
wandelden door de natuur met een boswachter.
Over de yoga-les was ik aanvankelijk
cynisch, maar het gaf zo’n rust dat ik
inmiddels thuis ook een groep heb gezocht.
De maaltijden waren lekker, de gesprekken
met lotgenoten zinvol. In een persoonlijk
gesprek met een begeleidster kwam ik
erachter dat ik alleen een goede
mantelzorger kan zijn als ik mijn eigen
behoeften erken. Dat sloeg in als een bom.’
Het was aanvankelijk lastig de ervaringen
met zijn vrouw te delen. ‘We leren met
vallen en opstaan. Ik heb nog steeds minder
goede momenten, maar dan ontspan ik me hier
tussen mijn boeken en mediteer ik. Ik ben
een vrolijker mens geworden.
|
 |
|
|