|
 |
Een
wereld van verschil. Dat betekent de
begeleiding vanuit
de Sint Maartenskliniek voor Leo van Ras
(61). Hij nam er
deel aan een multidisciplinaire behandeling
bij het Ambulant
Reumacentrum en leerde zo met zijn reuma te
leven.
Vier jaar geleden kreeg de Brabander Leo van
Ras (61) te horen dat hij reumatoïde
artritis (RA) had, in een agressieve vorm.
De RA stak al snel op steeds meer plaatsen
de kop op. Eén knie was ernstig aangetast,
maar door Leo’s slechte conditie durfde de
orthopeed een operatie niet aan. De
behandelend reumatoloog besloot hem door te
verwijzen naar de Sint Maartenskliniek in
Nijmegen. ‘Ik zat behoorlijk in de put,’
herinnert Leo zich. ‘Je was moe, intens
moe,’ zegt zijn vrouw Toos. |
Evenwicht
Na de intake bij de Sint Maartenskliniek, in
november 2008, kreeg Leo het advies deel te
nemen aan een groep voor mensen met artritis
en artrose. Het was een programma met een
reumatoloog, een fysio- en een
ergotherapeut, een diëtiste, een
verpleegkundige en een psycholoog. De
behandeling bestond uit ruim twintig
bijeenkomsten, in de groep, individueel en
driemaal met de partners erbij. ‘Je leert in
je leven met reuma een evenwicht vinden
tussen inspanning en ontspanning, actie en
rust. Want je kunt te veel, maar ook te
weinig doen. Ik ging bijvoorbeeld steeds
meer slapen,’ vertelt Leo. Eerst werd de
beginbalans opgemaakt, als basis voor een
zorg- en stappenplan. En vanaf maart bezocht
Leo tweemaal per week de kliniek, voor
groepsbijeenkomsten, oefeningen en
begeleiding. Van de fysiotherapeut leerde
hij onder meer zo te lopen dat hij zijn
gewrichten zo min mogelijk belastte. De
ergotherapeut dacht mee over aanpassingen in
huis en een manier waarop Leo zijn hobby
schilderen weer op kon pakken. De
reumatoloog gaf voorlichting over de
aandoeningen van de deelnemers. Bij de
verpleegkundige kon Leo met letterlijk élke
vraag terecht. ‘Je vergeet de diëtiste!’
roept Toos hier uit. ‘Je bent 10 kilo
kwijt!’ ‘Klopt,’ zegt Leo. ‘Zij leerde me
dat ik minder moet eten, omdat ik minder
beweging krijg dan vroeger.’
Zelfvertrouwen
Misschien wel het belangrijkste waren de
andere groepsleden en de psycholoog, zegt
Leo. ‘Bij de psycholoog heb ik mijn hoofd
kunnen leegmaken. In de groep hebben we
gelachen, gehuild en elkaar door dik en dun
gesteund.’ Leo kreeg huiswerk mee en moest
wekelijks invullen hoe hij vond dat hij er
nu voorstond, fysiek en psychisch. Hij is
zeer tevreden over zijn vooruitgang. ‘Ik
weet nu beter wat ik aan kan en wat
valkuilen zijn. En mijn conditie is zo
verbeterd dat mijn knie geopereerd kan
worden.’ De resultaten zijn verbluffend,
zegt zijn vrouw. ‘Hij heeft veel meer
zelfvertrouwen. Ik heb mijn oude Leo weer
terug.’ Leo: ‘Ik had het voor geen goud
willen missen.’ (VH) |
 |
|
|