Veronique Huijbregts

Jetta Klijnsma, staatssecretaris van Sociale Zaken, loopt moeilijk. Die handicap vraagt veel energie. Toch heeft ze nooit overwogen om met rustiger werk genoegen te nemen.

Voluit meedoen in de maatschappij is voor haar essentieel. ‘Meedoen is meetellen.’

‘Voor mij is participatie meedoen. En meedoen is meetellen,’ zegt Jetta Klijnsma. ‘Vroeger werd je met een chronische ziekte of handicap al snel buiten de samenleving geplaatst. Je kreeg goede verzorging, maar je werd ook een beetje gepamperd. Maar ook als je een beperking hebt wil je dat mensen je voor vol aanzien. Je bént ook ‘vol’! De laatste decennia beseffen we dat steeds meer. En gelukkig zijn er veel voorzieningen die mensen die niet helemaal op eigen kracht de samenleving kunnen betreden, ondersteunen om gewoon mee te kunnen doen.’ Dat is niet alleen van wezenlijk belang voor die mensen zelf, maar ook voor de samenleving, benadrukt Klijnsma. Want mensen met een beperking vullen, tot tevredenheid van werkgevers, steeds vaker vacatures in gewone bedrijven op en doen vrijwilligerswerk waaraan veel behoefte is. ‘Ik weet dat het niet voor iedereen met een beperking even eenvoudig is om mee te doen. Voor hen zijn er veel ruggensteuntjes. Dat kan van alles zijn, een maatje, begeleiding op de werkvloer, subsidie om je loon aan te  vullen...’

Perspectief
Om de maatschappelijke participatie van jonge mensen met een handicap te bevorderen, krijgen mensen met een Wajong-uitkering vanaf 1 januari 2010 een aanbod voor scholing, werk of vrijwilligerswerk, al naar gelang het traject dat het beste bij hen past. Dat is niet vrijblijvend, zegt Klijnsma. ‘Je wordt bloedserieus genomen. Samen met jou wordt gekeken naar wat jij wél kunt, en niet wat je niet kunt. Dat geldt ook voor mensen bij bedrijven voor sociale werkvoorziening.’ Voor mensen die echt niet elders terecht kunnen, blijven de bedrijven voor sociale werkvoorziening natuurlijk bestaan, zegt Klijnsma. Maar het beleid is erop gericht mensen te prikkelen (weer) actief te worden op de reguliere arbeidsmarkt, en ‘het beste uit zichzelf te halen’. Een communicatiecampagne en een website met die boodschap, moeten daarbij helpen. www.ikkan.nl biedt mensen alle benodigde informatie om aan de slag te gaan, onder meer over de regionale ‘werkpleinen’ op internet die UWV en gemeenten samen hebben opgezet. Klijnsma snapt dat in de huidige economische malaise werk vinden er niet makkelijker op wordt. ‘Maar na de crisis hebben we deze mensen keihard nodig. Voordat de crisis toesloeg hebben veel mensen met een uitkering met re-integratiemiddelen werk gevonden.’

Rollator
Dankzij de regelingen die er ook toen al waren, kon Klijnsma in haar studietijd een kamer op de begane grond krijgen, vertelt ze. ‘Dat was fijn. Dan hoefde ik de trap niet op.’ Vergelijkbare maatregelen maken de fysieke leefomgeving van mensen met een beperking steeds groter, ook op de werkvloer, benadrukt ze. ‘De Arbo- etgeving heeft een hoge vlucht genomen, met liften, invalidentoiletten en werkplekaanpassingen. Dat heeft mij ook de wind in de rug gegeven.’ Wat kan ze mensen met beperkingen of chronische ziektes uit eigen ervaring adviseren om maatschappelijk actief te blijven? Klijnsma: ‘Wees niet te beroerd om hulp te aanvaarden. Ik heb zoveel hulp op allerlei fronten gehad: mensen die mijn rollator voor me een trap optillen, die mijn tas dragen, de gekste dingen. Als ik steeds met een nuffig neusje zou zeggen dat ik dat zelf wel kan, kan ik mijn werk niet doen.

Hulpmiddelen zijn er genoeg. Maar er zijn nog steeds veel mensen die zeggen: ik met een rollator, da’s toch geen gezicht! Daar beperk je jezelf enorm mee.’ Eerlijk vertelt ze: ‘Vroeger deed ik ook alles zonder rollator. Ik kan wel los lopen, maar het is gewoon gevaarlijk. Op een gegeven moment heb ik tegen mezelf gezegd: ik lijk wel gek ook. Straks val ik om en dan moet ik een half jaar revalideren. Het is stom om zo’n hulpmiddel niet te gebruiken.’ Met een stem die opeens een paar tonen lager klinkt voegt ze daar aan toe: ‘Je moet natuurlijk wel altijd je eigen plan blijven trekken! Laat je niet betuttelen! Dat moet ook helder zijn. Jij bent uiteindelijk degene die gaat over de vraag wat je wel of niet wilt.’

Kamperen

Mensen met een beperking moeten net als ieder ander de kans hebben er eens tussenuit te gaan, beaamt de staatssecretaris. ‘Gelukkig zijn er instellingen als de Zonnebloem. Als ik zie hoeveel plezier mensen met een zware handicap aan die uitstapjes beleven, dat is top! Verder is het fijn als je op vakantie ondersteuning van je omgeving kunt krijgen. Dat gebeurt ook veel: familieleden of vrienden die iemand op sleeptouw nemen. Zelf ga ik het liefst kamperen. Maar zonder mijn man zou ik dat niet kunnen. Hij zet de tent op en zorgt dat de rolstoel bij de hand is. Dat vindt hij geen enkel probleem. We genieten allebei volop van die vakanties.’ Dan, ingaand op het geldgebrek van veel mensen met een beperking, zegt ze: ‘Zoiets als een vakantiepot hebben we niet bij SZW, maar binnen de bestaande regelingen en uitkeringen moet je zo nu en dan even op vakantie kunnen. Natuurlijk is dat met een klein inkomen moeilijker dan wanneer je er warmpjes bij zit. Maar voor veel ondersteuning kun je gratis terecht bij allerlei organisaties en instellingen. Ik heb zelf in het bestuur van de Stichting Buddy Netwerk gezeten. Die buddy’s gaan vrijwillig met jou op pad. Die hulp heb je nodig! Mijn advies is: maak gebruik van de mogelijkheden die er zijn en van de fantastische vrijwilligers die zich aanbieden!’