Simon van Etten (69) was het achtste kind uit een tuindersgezin van negen. Toen hij vijf was, mocht hij een keer mee naar familie die in het trotse bezit was van een piano. ‘Een prachtig apparaat was het, zwart gepolitoerd. Ik wilde hem meteen uitproberen maar kreeg een opgeheven vinger: “Denk erom, niet aankomen!” Sindsdien heb ik altijd piano willen spelen, maar mijn vader was niet voor muziek. Alle kinderen werkten in de tuinderij.’ Later trouwde Simon en kreeg het druk met werk en kinderen. ‘Maar ik hield het vast,’ zegt hij. ‘Later, dacht ik, als ik vrije tijd krijg...’ Dat gebeurde na zijn pensionering. Hij zocht nieuwe bezigheden, repareerde gereedschap voor Afrika en surveilleerde bij schoolexamens. En hij kocht een keyboard. ‘Ik wilde noten leren lezen. Misschien kon ik oudere mensen een plezier doen door liedjes voor hen te spelen. Maar ik begon dingen te vergeten en ik leerde niet goed meer bij. Dat gaat buiten je om, maar het gaat wel door. Ik kreeg last van een gedrukte stemming, ik voelde me een gevangene.’ Het was de ziekte van Alzheimer die kwam aansluipen en als die zich aandient, heb je geen keus: hij komt onherroeplijk binnen.

Het Koorenhuis is een Haags centrum voor kunst en cultuur dat ruim baan maakt voor mensen met beperkingen. Muziekleraar Eric Schulp overtuigde Simon ervan dat hij beter van noten lezen kon afzien, en begon met hem te improviseren. Hij geeft hem wekelijks les en zegt: ‘Muziek maken is fijn voor dementerende mensen. Het muzikale geheugen blijft lang overeind; als het spreken al is weggezakt, kunnen ze nog wel liedjes zingen. Muziek helpt hen uit die gevangenis.’ Simon: ‘Dat had Mozart ook, muziek hielp hem uit zijn gevoelens te komen. Het is voor mij een soort tweede leven.’ Op de gang van het verzorgingshuis waar hij overdag naar toe gaat, staat een piano. Hij gaat erachter zitten, zijn handen vinden de toetsen en je ziet hem gelukkig worden in zijn tweede leven.’ Na tien minuten staat hij op. ‘Als je dat een half uurtje per week kunt doen, word je helemaal opgetild.’