Florian werd geboren na 31 weken zwangerschap. Zijn geboortegewicht van 1200 gram lag nog lager dan gebruikelijk voor baby’s van die leeftijd. Door deelname aan het onderzoeksprogramma STIPP leerden zijn ouders hoe ze het beste met hun veel te vroeg geboren zoontje konden omgaan.

Te vroeg geboren baby’s, die anders nog veilig in de baarmoeder zouden rondwiegen, komen terecht in een couveuse op een Intensive Care, met fel licht en piepende apparaten. In de Verenigde Staten had men ontdekt dat premature baby’s zich veel beter ontwikkelen in een rustige en beschermde omgeving. Als de ouders leren hoe ze deze kunnen bieden, verbetert dat ook hun band met het kind.

Veilig omhullen
Naar het Amerikaanse voorbeeld zette het Academisch Medisch Centrum (AMC) het onderzoeksprogramma STIPP op, een Stedelijk Transmuraal Interventie Programma voor Prematuur geboren kinderen. Marco, zijn vrouw Maudy en Florian hadden het geluk voor deelname aan dit programma te worden ingeloot. Ze kregen extra begeleiding van een gespecialiseerde kinderfysiotherapeute. Kort voor Florians ontslag uit het ziekenhuis en na zijn thuiskomst leerde zij hen hoe ze het beste met hun piepkleine zoontje konden omgaan. Te vroeg geboren baby’s zijn vaak erg onrustig, vertelt Marco. ‘Ze overstrekken hun armen en benen voortdurend. De kinderfysiotherapeute leerde ons hoe we Florian in een doek konden wikkelen, zodat hij in een veilig omhulsel zat. Ze adviseerde ons hem vaak te troosten en veilig tegen ons aan te houden. We leerden te letten op fel licht en lawaai of onrust in huis. In feite leerden we te kijken vanuit Florians ervaringswereld.’ De kinderfysiotherapeute zette haar tips in een verslag en Florians’ vooruitgang werd regelmatig getest. Marco: ‘Florian werd rustiger. Ons contact met hem verbeterde sterk. En omdat we hem echt konden helpen, werden we zelf ook rustiger.’ Maudy vond het fijn dat ze de kinderfysiotherapeute alles kon vragen. ‘Florian lag bijvoorbeeld veel te kreunen. Zij vertelde ons dat dit vaker voorkomt bij te vroeg geboren kinderen en hoe ik daar op kon inspelen.’
 

Weerbaar
Florian gaat nu naar de basisschool. Toen de leerkracht zich zorgen over hem maakte, zochten de ouders contact met de ergotherapeut van STIPP. Na observatie concludeerde die dat Florian waarschijnlijk veel last had van de drukte in de klas. Hij leerde de ouders hoe ze hun zoontje weerbaarder konden maken. Marco: ‘Florian was voor veel dingen bang. Hij durfde bijvoorbeeld niet op een klimrek te klauteren. Elke nacht was hij een paar keer wakker.’ De kinderergotherapeut oefende met Florian om zijn angst te overwinnen en zijn spieren beter te gebruiken. ‘Florian slaapt nu ’s nachts door en klautert op het hoogste klimrek,’ vertelt Marco. Jonge kinderen leren nog heel makkelijk, zegt Maudy. ‘Daar moet je gebruik van maken. Wij hebben veel baat bij deze begeleiding. De ouders die deze niet krijgen, missen iets heel belangrijks.’ (VH)

Het STIPP-onderzoeksprogramma in Amsterdam is opgezet met  financiële steun van het Innovatiefonds Zorgverzekeraars.