Jonge politici: een beetje naïef
De standpunten van de jongerenafdelingen van de politieke partijen over toegang tot werk voor chronisch zieken liggen niet ver uit elkaar, maar de politieke aandacht voor mensen met beperkingen komt niet vanzelf. Dat bleek in het debat bij de opening van de Week Chronisch Zieken 2011.
De eerste stelling voor het debat luidde: ‘Een niet-zichtbare beperking mag pas ter sprake komen na de proeftijd.’ Opvallend: geen van de vertegenwoordigers van de jongerenafdelingen van D66, SGP, CU, SP en PvdA bleek bereid deze stelling te verdedigen. Ook de vertegenwoordiger van het CNV was het niet met de stelling eens. De jongeren vonden dat openheid ten opzichte van de werkgever meer oplevert voor mensen met een beperking. Jetta Klijnsma, in het publiek, mengde zich als jurylid niet in de discussie, maar mompelde wel ‘dat lijkt me een beetje naïef’. En zo ging het debat op het podium meer tussen politiek en vakbond aan de ene, en Nico Blok, ambassadeur Week Chronisch Zieken en projectleider Wajong bij kenniscentrum CrossOver, aan de andere kant. Hij was wel voor de stelling. Blok weet uit onderzoek dat werkgevers bang zijn mensen met een beperking aan te nemen, ook als die hun functioneren niet in de weg staat. Werkgevers denken bijvoorbeeld ten onrechte dat mensen met een chronische aandoening vaker verzuimen. De SP bleek wél voor het idee van een quotum: verplicht werkgevers een bepaald aantal mensen met beperkingen in dienst te nemen. Maar daarvoor voelde Nico Blok weer niet: zo’n maatregel werkt stigmatiserend, mensen willen voor hun kwaliteiten worden aangenomen door werkgevers.
Over de tweede stelling, zes maanden verplicht werk in zorg of onderwijs voor iedereen, zodat zorg ook in de toekomst betaalbaar blijft’, waren de meningen meer verdeeld. Een aantal partijen bleek hiervoor aanvankelijk wel te voelen. Maar hier bemoeide al snel de zaal zich met de discussie. Diverse aanwezigen maakten duidelijk dat ze bepaald niet zaten te wachten op jongeren die verplicht hulp komen leveren. Dit bracht de voorstanders ertoe het element van verplichting te laten vallen, zodat het bleef bij een moreel appel om vrijwilligerswerk te gaan doen.
De mooiste observatie kwam van Jetta Klijnsma, Tweede Kamerlid voor de PvdA en ex-staatssecretaris Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Door debatvoorzitter Jan Paternotte gevraagd of zij de eerste bewindspersoon in de Nederlandse geschiedenis was met een beperking, antwoordde zij: “Dat hangt er van af wat je onder een beperking verstaat.” Een wijze opmerking, want per slot van rekening heeft ieder mens zijn beperkingen. Die kunnen liggen in een overdaad aan ambitie, of, ook onder politici een bekend fenomeen, ijdelheid.
Jetta Klijnsma vormde samen met Joan Leemhuis-Stout de jury die de beste debater moest aanwijzen. Maar de PvdA-politica liet zich de gelegenheid niet ontnemen te wijzen op de grote gevolgen van de Wet werken naar vermogen, onder meer voor de sociale werkplaatsen. Aandacht voor chronisch zieken moet in Den Haag volgens Klijnsma helaas ieder jaar opnieuw worden bevochten, anders wordt deze groep vergeten. Bij haar jurering was Jetta Klijnsma opvallend aardig voor de nieuwe generatie politici. Zij had, als professional, in de betogen van de debaters moeiteloos het gedachtegoed van de diverse politieke partijen herkend. De prijs voor beste debater ging naar Maarten van Oyen van PerspectieF, de jongerenafdeling van de Christen Unie. Het vriendelijke rapport nam niet weg dat het debat aardig illustreerde wat Klijnsma eerder zelf had opgemerkt: aandacht voor chronisch zieken komt niet vanzelf. Ook niet bij de jongerenafdelingen van de politieke partijen. Hopelijk nemen de jonge debaters deze boodschap mee naar hun afdelingen.









