2008
‘Ik deed altijd alles zo snel mogelijk, want veel tijd
had ik niet: de ziekte van Pompe is een progressieve
spierziekte. Op reizen maakte ik dia’s met de gedachte
om ze later, als ik alleen nog kon liggen, te
herbeleven. Maar ze staan ongezien in de kast.’ Maryze
Schoneveld van der Linde (37) was in 2003 de vierde
Pompe-patiënt ter wereld die het toen nog experimentele
medicijn Myozyme kreeg. Na tien maanden staken nieuwe
levensgeesten de kop op. ‘Mijn spieren komen nooit meer
terug, maar ik kreeg weer energie. De essentie van het
leven is leven, of je dat nu op gympen doet of in een
rolstoel.’ Die instelling bracht haar ver, ook al vóór
het reddende medicijn. ‘Mijn ouders hebben me zonder
poeha grootgebracht, zo normaal mogelijk. Toen ik moeite
kreeg met schrijven, zorgde mijn vader voor een
typemachine. Op de Havo kreeg ik een speciaal
lessenaartje en twee sets schoolboeken, voor thuis en in
de klas, zodat ik niet hoefde te sjouwen. Vanwege mijn
omstandigheden had onze klas als enige een eigen lokaal.
En ik kreeg de liftsleutel, dat maakte me populair bij
medeleerlingen.’ Op kamers in Leiden, voor een studie
culturele anthropologie, kreeg ze angsten en emotionele
problemen. ‘Ik herkende mezelf niet meer. Mijn bloed
bleek teveel CO2 te bevatten, ik moest aan de beademing.
Daarna kwam de scootmobiel. Als ik trappen op moest,
vroeg ik vaak een sterke man me te tillen. Ik heb bij
heel wat wildvreemde mannen in de armen gelegen.’ Ze
voltooide haar studie, ging weer bij haar ouders wonen
en kreeg een kleine baan bij een welzijnsinstelling.
Maar alle wilskracht ten spijt, viel het afscheid van
steeds meer lichaamsfuncties haar zwaar. ‘Ademhalen,
lopen, eten… alsof steeds weer een geliefde overleed.
Dat is nu voorbij. Een maagsonde heb ik niet meer nodig.
Ik werk de hele dag en rijd in mijn bus overal heen. Ik
ben een eigen bedrijf begonnen als consultant zorg- en
gezondheid. Werk dat ik voorheen voor nop deed. Maar ik
denk nu aan mijn toekomst. Als ik dan toch tachtig-plus
word, moet ik nog wel wat pensioen opbouwen!’
2009
‘Mag mijn leven wat saaier?’ denkt ze soms, na een dag
waarin ze plannen smeedde met een patiëntenvereniging in
Tsjechië, ondersteuning bood aan een Turkse vrouw in
moeilijkheden, een brief schreef naar de
supermarktkoepel die contant geld wil verbannen terwijl
in de winkels pinautomaten onmogelijk hoog hangen, en
tussendoor trainde om lichamelijk in vorm te blijven.
Verantwoordelijk voor haar drukke bestaan is onder
andere een nieuwe baan bij het European Neuromuscular
Centre. Het is een organisatie die onderzoek naar
spierziekten stimuleert en onderzoeksresultaten bundelt
om ze zo snel mogelijk in praktijk te kunnen brengen.
Maryze’s taak behelst onder andere de opbouw van een
Oost-Europees netwerk van patiënten en behandelaars. ‘Ik
besteed veel tijd aan ‘empowerment’: mensen geloof geven
in hun eigen kracht. In Macedonië ontmoette ik een vrouw
die niet voor haar ziekte durfde uitkomen en alleen maar
wachtte op initiatieven van anderen. Na een stevige
peptalk begon ze een patiëntenorganisatie; na twee weken
was er al een netwerkje.’ |
|
 |
|
|