2004

‘Er valt met schizofrenie te leven.’ Dat is de boodschap van Peter Reuvekamp (38) voor de buitenwereld. Begin jaren negentig, net begonnen aan een universitaire loopbaan als scheikundige, kreeg hij een psychose. Na de tweede vertelde de psychiater hem dat hij schizofreen was, en werd hij afgekeurd. ‘Ik wist er weinig van, had ook nauwelijks vooroordelen. In zekere zin maakte de diagnose de toestand hanteerbaar. Ook mijn omgeving reageerde nuchter. Ik moest medicijnen slikken, en kijken wat ik wèl kon. Een beetje als bij suikerziekte. Ik wilde graag werken, er zijn wel 50 sollicitatiebrieven de deur uitgegaan.’ Inmiddels doet hij administratief werk op zijn oude universiteitsafdeling, gedetacheerd vanuit de sociale werkvoorziening. ‘Tien uur per week. Ik ben gauw moe, verdraag geen stress. Maar ik functioneer goed. Mijn collega’s zijn eraan gewend dat ik ’s morgens slecht op gang kom, soms geheugenproblemen heb. Ik mag zo nodig wat minder presteren, dat geeft rust.’ Hij zorgt daarnaast voor zijn zoon Remi, zijn vriendin voor hun dochtertje Roos. ‘Samenwonen was geen succes, nu hebben we een jongenshuis en een meisjeshuis. We eten samen. Het zorgen voor Remi geeft ritme en gezelligheid. Ik betreur dat de medicijnen mijn gevoelsleven afvlakken, en dat mijn creativiteit is aangetast. Met mijn persoonsgebonden budget - geld dat je zelf aan hulp kunt besteden - betaal ik twee psychologiestudenten om samen met mij op ideeën te komen. De stilte in je hoofd, dat is een naar aspect van schizofrenie.’ Als hij voorlichting geeft aan scholieren en patiënten, benadrukt hij dat iedere patiënt uniek is. ‘De huidige psychiatrie wil patiënten zelfstandig in de stad laten wonen. Maar dan moet je wel contacten kunnen maken en onderhouden. Ik ben nu stabiel. De rode draad is het grootbrengen van de kinderen. En ik heb met mezelf afgesproken geen derde psychose te krijgen.’

2009

Het afgelopen jaar was wat stressy. Een zoon die niet lekker draaide op school, dreigende personeelsbezuinigingen op het werk. Op de achtergrond blijft altijd het pijnpunt dat, als die ziekte er niet was geweest, hij cum laude had kunnen afstuderen. Maar toch, het gaat goed met Peter Reuvekamp. ‘Ik werk nu op de bibliotheek van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Rustig werk, en de baas heeft ervaring met ‘ons soort mensen’. Ik ben de afgelopen drie jaar niet ziek geweest. In het voorlichtingswerk voor Anoiksis kan ik mijn ei kwijt; ik vertel mensen dat het beter is de ziekte te accepteren dan erin te blijven hangen. Ik denk dat mensen met psychische ziekten baat hebben bij een combinatie van pillen en praten. Ik gebruik nog steeds mijn PGB voor gesprekken met studenten. Hersens zijn dynamisch, praten geeft ze voedsel en zorgt ervoor dat losse eindjes vastgeknoopt worden. Zoiets als het defragmenteren van een computer - ja, dat is een goede vergelijking!’