2004

De schildklier is een vlindervormig kliertje met de werking van een centrale verwarming. Hij produceert hormonen die belangrijk zijn bij de stofwisseling van alle weefsels. Hij kan te langzaam werken (hypothyreoïdie) of te snel (hyperthyreoïdie). Bij kinderen beïnvloedt dat de geestelijke ontwikkeling en de groei, bij volwassenen uiteenlopende zaken als gewicht, concentratie, hartritme en geestelijke stabiliteit. Ongeveer 800.000 Nederlanders hebben een schildklieraandoening. De helft weet het niet. Zo’n vijftien jaar geleden kreeg Wil Kok (68), toen nog onderwijzeres en adjuncthoofd van een basisschool, last van vermoeidheid, depressiviteit, gewrichtsklachten. Plagen waardoor veel vrouwen in de overgang bezocht worden. ‘Ook mijn geheugen liet het afweten, ik vergat wel eens een vergadering. Tussen mij en de wereld zat een ruit, ik zag alles maar voelde niets. De dokter rook lont toen hij de vochtophoping rond mijn ogen zag. De uitslag van het bloedonderzoek was behoorlijk verkeerd. Een te traag werkende schildklier. Pas maanden later kon ik weer voluit werken. Accepteren dat je lichaam je in de steek laat kost tijd. Gelukkig sloegen de medicijnen aan. Je krijgt het ontbrekende hormoon toegediend. Bij ongeveer 10 % van de hypo-patiënten werkt dat niet.’ Omdat de klachten zoveel gemeen hebben met andere lichamelijke gebreken en ongemakken, komt de diagnose vaak laat. In die tussentijd kan de relatie met de omgeving aardig verstoord raken. Wil Kok: ‘Je partner wordt geïrriteerd als je weer eens iets vergeet. Collega’s dachten dat ik aan de alcohol was!’ Inmiddels heeft ze het ondanks haar pensionering weer druk. Ze is bestuurslid en werkgroepcoördinator van de Schildklierstichting en voorzitter van een ziekenhuisbibliotheek. ‘Soms voel ik me gejaagd, alsof ik drie keer de straat op en neer zou kunnen rennen. Maar je moet de schildklierproblemen niet gebruiken als kapstok voor alles. Soms heb je hard gewerkt en moet je gewoon rusten.’

2009

Na 11 jaar trouwe dienst is Wil Kok op haar zeventigste gestopt als bestuurslid van de Schildklierstichting. ‘Niet vanwege mijn gezondheid, dat gaat redelijk; maar je moet op tijd het stokje overgeven. Er verandert veel bij patiëntenorganisaties; ze fuseren, subsidies komen in één pot die opnieuw verdeeld moet worden. Waar staat de nieuwe club voor, wat gaat ze bieden? Allemaal vragen die op je afkomen. Daarbij werd alles zakelijker, wat niet altijd goed rijmt met vrijwilligerswerk. Natuurlijk is dat niet vrijblijvend, maar het moet leuk blijven. Je moet vrijwilligers koesteren vind ik, ze zijn ontzettend belangrijk. We hadden er meer dan 90, ik reisde het hele land door om contact te onderhouden. Dat werd me overigens ook wel wat teveel. Een heleboel redenen dus.’ En nu? ‘Ik werk nog steeds in de bibliotheek. Ik heb een mooie digitale camera gekocht en volg daarvoor een cursus. Ik heb op vakantie natuuropnames gemaakt, die bewerk ik nu op de computer.’