2004

Duizenden meters scheepshuid heeft hij als schilder onder handen gehad. ‘Je kroop met een kaarsje in een dubbele bodem van een halve meter hoog. Doofde het, dan was er geen zuurstof meer. Je ademde oplosmiddelen. In de frisse lucht ging je ze bijna missen. Klagen? Bind maar een lapje voor, zeiden ze.’ Johan van Breugel (58) zit nu thuis. Zijn zenuwgestel is onherstelbaar aangetast. Hij kreeg hoofdpijn, raakte in de war. ‘Ineens kon ik het werk niet meer indelen. De Arbo-arts vroeg of ik wel eens had gehoord van OPS, chronische oplosmiddelenvergiftiging.’ Schilders, tapijt- en parketleggers, dakdekkers, drukkers, ze werken allemaal met oplosmiddelen. De gezondheidsklachten variëren en lijken op een burn-out. Daarom blijft een goede diagnose vaak uit. Johan kwakkelde twee jaar voor hij terechtkwam bij een in OPS gespecialiseerd team van artsen, psychologen en psychiaters. ‘Ze begeleiden mij, ook psychisch. Om niets spring ik uit mijn vel, ik ben een ander mens geworden. Mensen mijden je, je wilt zelf niemand zien. Je verliest je werk, je collega’s, je inkomen. We hebben net ons huis moeten verkopen. Op de OPS-vereniging zie ik mannen aan het handje van hun vrouw lopen. Vorig jaar waren er twee zelfmoorden.’ Het onbegrip van de omgeving valt hem zwaar, het moedwillige onbegrip van werkgevers en verzekeringen maakt hem woedend. Al jaren zijn Johan en zijn vrouw Saskia met advocaten in de weer. Eerst voor een WAO-regeling, daarna voor financiële compensatie door de werkgever. ‘De overheid erkende in 1997 OPS als beroepsziekte, maar de verzekeraar betwist het bestaan ervan. Ze zeggen dat ik het verlies van mijn eerste vrouw niet heb verwerkt, ze insinueren dat ik drink. Ik werk vanaf mijn zestiende, ze behandelen me als een kwajongen.’ In april 2004 vond de arbeidsinspectie op 16 % van de bezochte 600 schilderlokaties nog onverantwoord gebruik van oplosmiddelen.

2009

Het gevecht om financiële compensatie dat Johan van Breugel in 2001 aanging met zijn voormalige werkgever is nog steeds niet afgelopen. ‘In augustus komt het weer voor de rechter. We hebben niets meer te verliezen, dus we gaan door,’ zegt hij. ‘Je hoopt dat je financieel eindelijk een beetje lucht krijgt. We zijn al die jaren niet op vakantie geweest, je kunt niets. Ik heb bij de OPS vereniging veel mensen leren kennen die in hetzelfde schuitje zitten, je merkt dat je niet de enige bent.’ Op het gebied van zijn gezondheid is niet veel veranderd, maar er is wat meer berusting gekomen, zegt hij. ‘Je kunt niet altijd kwaad zijn. Ik houd mezelf bezig met het huishouden, ik doe wat boodschappen, ik werk een beetje in ons tuintje. We hebben veel bloemen staan.’