2001

Altijd hingen er bezorgde gezichten boven het kinderbedje waarin Diny ten Brink (nu 40) naar adem lag te happen. ‘Ik was van vaders- en moederskant erfelijk belast met astmatische aanleg en we woonden op een boerderij, barstensvol stof en beesten. Resultaat: ik werd overal allergisch voor, prototype hopeloos geval.’ Vriendinnetjes haakten af, feestjes waren verboden terrein, Diny’s schoolcarričre zat vol hobbels en kuilen. Haar verpleegstersuniform moest ze aan de wilgen hangen wegens een allergie voor schoonmaakmiddelen en bloemen. Inmiddels had ze wel het lotgenotencontact ontdekt. ‘Je kunt van anderen leren. Conditie bijhouden, therapietrouw, huisinrichting, welke bloemen beter voor je zijn dan andere.’ Niet toevallig is ze landelijk voorlichter van de astma belangenvereniging en betrokken bij de lokale werkgroep - werk dat door de dagelijkse zorg voor man en twee dochtertjes heengevlochten wordt. Bovendien is ze actief in een consumenten-patiëntenplatform, in een cliëntenraad thuiszorg, en geeft ze een politieke scholingscursus. ‘Ik dacht: de maatschappij heeft mij op zijn nek, ik moet iets terugdoen. Ik ben een paar keer voor de dood weggehaald, daardoor leef ik bewust en ben ik niet voor een kleintje vervaard. Iedereen heeft mogelijkheden, zelfs met een zuurstoffles op je rug kun je een zinvol bestaan hebben.’

2009

Ondanks een ‘matige tot redelijke’ gezondheid, is Diny actief als een zomerse werkbij. Zo is ze bestuurder van de longpatiëntenvereniging van het Astmafonds, dat fuseerde met haar eigen vereniging. Een goede zaak, vindt ze: ‘We zijn nu een sterker aanspreekpunt. Maar we blijven ook kleinschalig denken. We hebben sterke regionale kernen. Die kunnen kiezen uit tien beleidspunten. Buitenluchtkwaliteit, rookvrije horeca, al naargelang de affiniteit met het onderwerp pakt men het op.’ Ze is ook lid van WMO-raden, cliëntenraden van thuiszorgcentrales en de ledenraad van de Rabobank. ‘Door het koppie te laten werken houd ik kwaliteit van leven,’ zegt ze. ‘Bovendien wil ik iets waardevols doen voor de maatschappij. Gelegenheid genoeg! Financiële mogelijkheden voor chronische patiënten brokkelen af. Politiek beleid wordt ingewikkeld verwoord, mensen beseffen de invloed ervan op hun leven onvoldoende. Als bijvoorbeeld door ontmanteling van de AWBZ de thuiszorg-boodschappenhulp moet plaats maken voor de bezorgdienst van de supermarkt, groeit het isolement van zieken en ouderen. Voor zulke dingen vraag ik aandacht.’