2008
Rogier Oosterom (29) is doctor in de lucht- en
ruimtevaarttechniek. Hij fietst, surft, schaatst,
wandelt, skiet en maakte een parachutesprong. Hij heeft
ook hemofilie, een ernstige vorm. Zijn bloed bevat
onvoldoende stollingseiwitten, daardoor bestaat een meer
dan normale kans op inwendige bloedingen die op termijn
gewrichten en spieren beschadigen. Sinds de jaren zestig
zijn er medicijnen die dat voorkomen. Ook is Rogier
gezegend met een sterk lichaam, onverzettelijkheid en
‘bewijsdrift’, zoals hij het noemt. ‘Ik onderscheid me
graag, maar niet door hemofilie! Ik was op school een
gemotiveerde leerling, ook omdat lichamelijk zware
beroepen geen optie waren.’ Sport is een andere arena om
in uit te blinken. Maar sinds hij met badminton zijn
enkel overbelastte en beschadigde, vermijdt hij
wedstrijden. ‘Ik kan pijn verdragen, ik ging door tot ik
mijn grenzen moest erkennen.’ Ouders beschermen kinderen
met hemofilie vaak overmatig. ‘Ze zien die kneiterharde
zwembadranden en houden hun kinderen thuis of aan de
hand. Gooi ze dat zwembad in! Je moet een balans vinden
tussen veiligheid en een goed lichaam. Gewrichten hebben
baat bij een goede conditie en een goed spierstelsel. En
als je weet hoe je moet vallen, is de kans op bloedingen
kleiner.’ Hemofilie is erfelijk. Voornamelijk mannen
krijgen het, vrouwen zijn draagster. Omdat Rogiers
vriendin gezond is, zullen eventuele zonen gezond zijn,
en dochters draagster. ‘Natuurlijk heb ik getwijfeld
over kinderen krijgen, hoewel ik míjn leven voor geen
goud had willen missen! Over dertig jaar, als een
eventuele dochter van ons een zoon met hemofilie zou
krijgen, kan er goed een genetische oplossing zijn.’ Ook
de schaarse medicijnen kostten hoofdbrekens. ‘Bij
uitgaan is preventief prikken verstandig, maar dat geld
had ook naar gehandicaptenzorg gekund. Ik plan daarom
het prikken zo efficiënt mogelijk. Hemofilie is een
manier van leven. Anderzijds: als we nu zouden praten
over mijn leven in het algemeen, kwam hemofilie
nauwelijks ter sprake. Het is gewoon geworden.’
2009
‘Ik zit aardig in mijn vel’, zegt hij. ‘Ik werk bij een
klein octrooibureau en volg een opleiding tot
octrooigemachtigde. Een radicale koerswisseling na mijn
baan bij DSM, maar het is onafhankelijker en
veelzijdiger werk.’ Zijn gewrichten zijn er goed aan
toe. Hij fietst jaarlijks 4000 ŕ 5000
kilometer en reed onlangs de Franse ‘Marmotte’, een tour
met vier cols. In 2006 voegde hij zeilen toe aan het
sportrepertoire, met tochten in Griekse en Noordzee-
ateren. Hij wil ooit ‘haventje-hoppen’ langs de Europese
kust. Want, zegt hij, ‘ik ben ook maar een jongen met
dromen...’ |
|
 |
|
|