2003
‘In 1978, op familiebezoek in Hongarije, werd ik
duizelig en misselijk. Ik eindigde op mijn knieën,
denkend dat ik dood ging.’ Marianne Hoge (57) heeft de
ziekte van Ménière. Een teveel aan binnenoorvloeistof
beschadigt de haarcellen die het signaal naar gehoor- en
evenwichtzenuw verzorgen. Dat veroorzaakt duizeligheid,
oorsuizingen en slechthorendheid. ‘Pas in 1985 is de
diagnose gesteld. Niets aan te doen, zei de dokter.
Inmiddels hoor ik in een oor niets, in het andere
weinig.’ Als lid van de commissie Ménière van de
Nederlandse Vereniging voor Slechthorenden geeft ze
lezingen. ‘We organiseren ook lotgenotencontact en geven
informatie over alle mogelijke hulpmiddelen. Het
Ménièreforum op internet loopt geweldig.’ Ook op andere
terreinen laat ze zich niet onbetuigd. Behalve het
welzijn van haar gezin houdt ze dat van haar moeder in
de gaten, en verzorgt ze de financiële boekhouding van
een ziekenhuis-specialistenmaatschap. ‘Ik vind het
heerlijk verantwoordelijkheden te hebben en deel te
nemen aan het arbeidsproces. Vanmorgen ben ik met vijf
tassen van huis gegaan. Het is moeilijk onvermogen toe
te geven. Veel mensen met Ménière zijn perfectionisten.
Sommigen kunnen die knop omzetten, ik heb hem nog niet
gevonden. Als de duizeligheidsaanvallen eenmaal
achterwege blijven, meestal na zo’n vijf jaar, is de
psychische opgave het grootste probleem. Vragen of
iemand even voor je telefoneert en die zegt dan nee… Een
klap voor je waardigheid. Maar ik ben er niet zo slecht
van afgekomen. Ik kan niet meer skieën, niet meer in het
zangkoor, maar ik heb goed nagedacht over mezelf.
Misschien ben ik wel wat meer mens geworden.’
2009
‘Mijn leven is drastisch veranderd. Ik ben inmiddels een
moeder armer en vier kleinkinderen rijker. Mijn gehoor
is verder achteruitgegaan. Gehoor-ondersteunende
apparaten, zoals een halslus voor mobiel telefoneren of
een ringleiding bij vergaderingen, helpen niet echt
meer. Na 43 jaar heb ik mijn baan opgezegd. In 2007
sloeg Ménière plotseling weer in volle hevigheid toe,
uiteindelijk plaatsmakend voor een voortdurend gevoel
van instabiliteit.’ Voer voor een stevige dip, zou je
zeggen, maar haar levens- en strijdlust blijken
onverwoestbaar. ‘Met hulp van mijn echtgenoot neem ik
zoveel mogelijk deel aan het sociale leven. Ik voer nog
steeds het secretariaat van de commissie Ménière, ben
oppas-oma, en doe aan Nordic Walking: heerlijk wandelen
met stokken, voor de stabiliteit. Ik heb flits- en
trilapparaten aangeschaft die waarschuwen voor het
klinken van brandalarm, telefoon, deurbel en babyfoon.
Autorijden gaat nauwelijks meer, dus lang leve het
openbaar vervoer - hoewel onverstaanbare omroepberichten
vaak problemen opleveren. Ik laat me niet uit het veld
slaan.’ |
|
 |
|
|