2003

Bel Raoul Biervliet en er klinken kinderstemmen op de achtergrond. Dat kunnen zijn twee zoontjes zijn, maar ook de klantjes van het kinderdagverblijf dat Raoul (36) vijf jaar geleden met zijn vriendin op poten zette. ‘Negen jaar lang had ik niet veel kunnen doen. Als tiener kreeg ik een auto-immuunziekte die het op mijn nieren gemunt had. De Prednison veroorzaakte botontkalking in mijn heup. Ik was vaak opgenomen, en moest dialyseren. Eerst buikvliesspoeling, dat werd sterk aanbevolen. Maar dat slangetje uit je lichaam, die zakken vloeistof in huis, de ziekte was alomtegenwoordig. Nu ga ik drie keer per week naar een bloeddialysecentrum en verder ben ik geen patiënt. Vakantie? We zoeken gewoon een bestemming met een dialysecentrum dichtbij. Ik ben nu stabiel, weet wat ik aan mezelf heb. Ik hoef geen transplantatie. Na een dag hard werken kun je me wegdragen, maar rust helpt. Mijn grootste probleem is tijdgebrek. Tijd voor mezelf, voor vrienden.’ Het kinderdagverblijf kende de nodige barensweeën. ‘Mijn ziekte was een belemmering voor financiering, al zei de bank dat niet. De Nierstichting bemiddelde en gaf bovendien een renteloze lening. Ook familie hielp. Nu hebben we uitbreidingsplannen. Ik ga wel onderzoeken of ik nog recht heb op WAO. Met mijn 2,5 werkdag mis ik een stuk inkomen.’ Het werk bevalt Raoul best. ‘Toch kriebelt het. Ik denk wel eens aan een brasserie. Ik kook graag. Als ik buiten de deur eet, denk ik altijd dat ik het beter kan.’

2009

Eind april kreeg Raoul een nieuwe linkerheup. Hij denk na bij elke stap, maar het gaat goed. Het kinderdagverblijf bloeit, met een tweede bedrijfsruimte, een kwaliteitscertificaat en negen personeelsleden. Raoul volgde ondertussen een opleiding bedrijfsadministratie en zoekt werk in het hotelwezen. ‘Ik denk dat ik daar op mijn plaats ben, maar het dialyseren veroorzaakt problemen. Het lukte me pas een stageplaats te vinden toen ik het verzweeg.’ Het dienstverband dat hij na zijn opleiding kreeg werd na een aantal maanden stopgezet. Niet door het hotel maar door de dokter, die een tekort aan dialyseuren constateerde. ‘Nachtdialyse is een optie, maar vervelend voor mijn partner en kinderen.’ Thuis bestaat het leven voor 90 procent uit honkbal, vertelt hij. ‘Leuke sport, minder agressief dan voetbal. Mijn dochtertje is nog te jong, maar de twee jongens doen niets liever. Ikzelf ben scheidsrechter. Ik wil graag benadrukken dat dialyse geen drama is. Ik doe het nu 19 jaar, en je hoeft echt niet achter de geraniums.’