2004

‘Als kind was ik dwars. Waren ze me kwijt, zat ik op het dak van de schuur. Met moeite doorliep ik de mavo, al was ik niet dom. Ik deed alleen mijn best als het vak of de leraar me beviel. Ik had weinig vriendinnetjes want ik was raar, in plaats van breien wilde ik zagen.’ Pas in 2000 ontdekt Helma van Schaijk (37) dat ze adhd heeft, Attention Deficit/Hyperactivity Disorder. In het Nederlands: snel afgeleid zijn, impulsief, rusteloos. Maar ook: energiek, spontaan, creatief. ‘Ik had kleinkunstacademie moeten gaan doen,’ zegt ze, ‘als Dolf Jansen zou ik geen problemen hebben. Maar ik ben huisvrouw, ik heb kinderen die structuur nodig hebben. Ik ben altijd bang geen goede moeder te zijn. Ik móet de deur uit. Ik ben nu zwemonderwijzeres, dat past me goed. Lekker met kinderen in het water fladderen.’ Na de diagnose, vier jaar geleden, werd Helma met een recept voor 21 doosjes Ritalin naar huis gestuurd. ‘Met hulp van de pilletjes kan ik pas op de plaats maken, naar mezelf kijken. Ik krijg grip op mijn gedrag. Maar daarmee zijn niet alle sores verdwenen. Je moet voortdurend jezelf in de gaten houden: ben ik nu gewoon boos of adhd-boos? Juist rationeel zijn is moeilijk. Communicatie verloopt vaak moeizaam want je vergeet afspraken, bent spullen kwijt, maakt dingen niet af. Maar mensen zien niet dat het om een handicap gaat. Goede therapeutische hulp kreeg ik hier in Oss niet, ik had meer aan een zelfhulpgroep. Daarna heb ik een adhd-café mee opgezet, en ben ik voorlichting gaan geven vanuit de patiëntenvereniging.’ Drie weken per jaar heeft Helma nergens last van. ‘Als we in Italië op vakantie zijn, val ik helemaal niet op. Buitenleven, grote luidruchtige families. Allemaal van die hete types!’

2009

De afgelopen jaren was ADHD niet het grote probleem, zegt Helma. Vooral haar kinderen baarden haar zorgen, zodanig dat ze maanden overspannen thuis zat. ‘Mijn zoon heeft Asperger, mijn dochter pdd-nos. Hoe vind je een school die daarmee rekening houdt en waar ze graag heen gaan? Mijn zoon slofte iedere dag met gebogen schouders naar huis. Sinds hij speciaal onderwijs volgt gaat het beter; hij heeft daar een echte vriend gekregen en loopt fluitend rond.’ Een grote hulp is de ‘huis-therapeut’ die drie jaar geleden haar intrede deed in het gezin. ‘Ze heeft niet die negen-tot-vijf mentaliteit van de GGZ, ze is er als het moet. We hebben allemaal gesprekken met haar. Ook mijn man, want omdat wij problemen hebben, heeft hij problemen met ons. Een partner die geduld kan opbrengen is onmisbaar.’ Is ze nog zwemonderwijzeres? ‘Ik heb mijn hart gevolgd en werk nu in het theater. Als technicus sjouw ik kabels en bouw ik decors op, heerlijk.’