2006
Joop Willemsen (51) is het levende bewijs dat een stoma
avontuurlijk leven niet in de weg hoeft te staan. Hij
verkent bergtoppen op ski’s, oceaanbodems in een
duikerspak en het luchtruim met vliegers - vanaf het
strand van Goeree Overflakkee, het eiland waar hij
woont. ’s Zomers fietst hij regelmatig 36 kilometer naar
het chemische bedrijf waar hij werkt, als inkoper
algemene goederen en diensten. En natuurlijk doet hij
fitnesstraining. ‘Ik ben nooit ziek geweest’, zegt hij.
‘In 1995 zag ik bloed in mijn ontlasting, twee weken
later werd ik geopereerd aan darmkanker. Er was hoop op
een besparende operatie. Daarbij blijven sluitspier en
kringspier behouden en is een stoma, een kunstmatige
uitgang in de buikwand voor ontlasting en urine, niet
nodig. Het eerste wat je doet als je bijkomt is voelen
of er een zit. Ja dus. Maar ik ben een praktisch mens.
Ik dacht: het moet deel van me gaan uitmaken, net als
mijn contactlenzen. Gewoon goed leren verzorgen.’ De
stomaverpleegkundige helpt daarbij. Zij bepaalt ook de
plaats van de stoma. Als die bijvoorbeeld in een
huidplooi zit, kunnen er complicaties optreden als
lekkage, huidirritatie en ontstekingen. Wat een
verpleegkundige niet kan, is het leren nemen van
psychische en sociale barrières. Joop: ‘Terwijl
Nederland 28.000 stomadragers telt, is het nog steeds
taboe. Mensen schamen zich, zonderen zich af. Of hun
partner accepteert het niet, wat verlies aan intimiteit
veroorzaakt. Sexualiteit staat vaak toch al onder druk
vanwege mogelijke gevolgen van de operatie. Doorgesneden
zenuwen kunnen gevoelloosheid en impotentie opleveren.’
Joop is voorzitter van de regio Zuid-Holland van de
Nederlandse Stomavereniging. ‘Belangenbehartiging,
informatievoorziening en lotgenotencontact zijn onze
pijlers. We vechten met zorgverzekeraars en politici
voor goede voorzieningen. Werkgevers moeten weten dat je
goede toiletvoorzieningen nodig hebt voor het wisselen
van de zakjes, dat je niet zwaar mag tillen, gauw
vermoeid kunt zijn. Onze vrijwilligers gaan op
huisbezoek bij andere stomapatiënten. We proberen de
problemen bespreekbaar te maken.’
2009
‘Of er iets is veranderd? Ik ben vorige week getrouwd!’
Joop Willemsen is in 2009 maar liefst een vrouw en drie
kinderen rijker. De afgelopen maanden heeft hij zijn
huis vertimmerd voor de nieuwe bewoners. ‘Mijn vrouw -
goh, wat raar dat ik dat nu kan zeggen! - wilde
graag verhuizen, dus hebben we voor mijn woning
gekozen.’ Sporten is er een beetje bij ingeschoten, maar
hij mist het wel. ‘Dat ga ik weer oppakken. Mijn
gezondheid is stabiel, bij het laatste inwendige
darmonderzoek was alles goed.’ Door de omstandigheden is
hij de laatste tijd niet bijzonder actief geweest bij de
Stomavereniging. ‘Maar dat werk blijft hard nodig. Veel
kankerpatiënten, die vaak ook stomadrager zijn, hebben
bijvoorbeeld last van chronische vermoeidheid, dat wordt
niet onderkend. En in de nieuwe zorgverzekering zijn wel
alle basisvoorzieningen voor stomadragers opgenomen,
maar het gevecht voor aanvullende hulpmiddelen gaat
door. Als individu bereik je niet veel, als
patiëntenvereniging kun je een lans breken.’ |
|
 |
|
|