2005

Het begon in 1999. Dat ze niet meer wist waar dingen lagen. ‘Ze kreeg een serie klappen te verwerken’, zegt Jan Wijnkoop (80), ‘daar kwam ze niet meer bovenop. Bestralingen tegen borstkanker. De dood van een schoonzoon en een kleinzoon bij een treinongeluk. Toen raakte ze de weg kwijt.’ Corrie Wijnkoop (77): ‘Ik begrijp niets meer, terwijl ik altijd bijdehand was. Ik heb mezelf het kleermakersvak geleerd, maar er komt niets meer uit mijn handen. Ik ben helemaal omgekeerd, ik weet niet hoe dat kan. Het is niet dat ik eigenwijs ben, ik zou heel graag weer… tevoorschijn komen.’ Aanvankelijk wisten ze niets over dementie. Jan: ‘De ziekte wordt vaak verzwegen.’ Corrie: ‘Op straat zeggen de mensen ‘goeiedag’ en weg zijn ze. Alsof ik… afgezegd moet worden. Als iemand ernaar vraagt zeg ik dat het goed gaat, maar ik voel me niet goed. Soms wil ik het ziekenhuis vragen me te helpen met doodgaan. Maar ik heb toch kinderen. En ik heb het heel goed bij jou Jan.’ Jan, voormalig constructiebankwerker, helpt Corrie bij het aan- en uitkleden, kookt, en regelt de pillen. ‘Pilletjes voor de rust, en tegen de angst. Ze wordt bang als ik wegga, ze komt me overal achterna.’ Corrie: ‘Als het donker wordt dan zoek ik, zoek ik. Als hij thuiskomt is het over.’ Ze brengen alle dagen samen door. ‘s Morgens boodschappen, ‘s middags de volkstuin. Ze bezoeken markten. Ze kijken voetbal. Corrie: ‘Ik hou er niet van, maar ik kruip er gewoon bij. Dan heb ik iets anders te doen dan niks.’ Jan: ‘We gaan ook altijd naar het Alzheimer Café. Met andere patiënten en familie praten over wat je meemaakt.’ Corrie: ‘Dat is heerlijk, allemaal patiënten.’ In dagopvang zien ze niets. Jan: ‘Teveel verplichtingen, en ik heb er geen behoefte aan.’ C: ‘Ik had dit niet verwacht. Maar eens zal het toch wel keren.’ J: ‘Nee hoor kind, dat keert niet meer.’

2009


Bij het opruimen vond Jan Wijnkoop een brief, tussen de kerstspullen. Hij eindigt zo: ‘Daarom Jan, bedankt voor alles. Ikzelf zal mijn best doen zo goed mogelijk te proberen erbij te blijven. Zo niet, dan heb ik toch mijn best gedaan. Corrie.’ Februari 2009 overleed ze, na twee jaar verpleging in een zorgcentrum. Jan was iedere middag bij haar te vinden, speelde Jordaanliedjes op de cassetterecorder en schaafde plakjes fruit. ‘Mijn jongste dochter is nog wel eens met haar in gesprek, maar ik mis haar niet,’ zegt hij. ‘We hebben een goed huwelijk gehad, en ik heb volledig afscheid genomen. Waarom moet ik treuren? Ze wilde al tien jaar dood. Dan zei ik: ‘Nou meid, als het je tijd is, ga je.’ Zo is het gebeurd.’ Inmiddels woont hij in een aanleunwoning tegenover het zorgcentrum. In de bakken op het balkon groeien kropjes sla; hij kookt iedere dag. ‘Kijk, ik heb net capucijners gedopt, uit de volkstuin.’