2007

‘Bij stress slaat mijn stofwisseling helemaal blind. Toen ik jong was al,’ zegt Neeltje Wessels (58). Na de geboorte van haar dochter bleef ze te zwaar en ondanks veel zwemmen, fietsen en achttien jaar sportschool is dat nog steeds zo. ‘Soms vind ik het oneerlijk, ik train zo hard en word er niet voor beloond. Ik heb nu zelfs twee versleten knieën. Toch is sporten belangrijk. In de zwemclub van de obesitas vereniging genieten mensen van de gewichtloosheid in het water. Sommigen hebben uit gêne twintig jaar niet gezwommen. Zware mensen leven vaak teruggetrokken. Zonder jas naar buiten? Nooit, hoe mooi de zon ook schijnt. Sporten geeft je je vrijheid terug.’ Zeshonderd meter van haar huis ligt de sportschool waar ze twee keer per week twee uur traint, en waar Ruud van Krimpen (53) hoofdinstructeur is. ‘Hij trekt me vaak uit het slop,’zegt Neeltje. ‘Door sleur zit je soms op een dood spoor.’ Ruud: ‘Er komen hier veel mensen zoals Neeltje. Iedereen krijgt een persoonlijke benadering. Geen enkel trainingsschema is gelijk, het verrassingselement moet erin blijven.’ Als iemand zich aanmeldt, meet hij bloeddruk, longinhoud, knijpkracht en vetpercentage. ‘Ik kijk ook naar de doelstelling, en hoe iemand in elkaar steekt. Ik vraag naar klachten, medicijngebruik, dieet. Uithongerpraktijken zijn niet goed, af en toe valt hier iemand flauw van de honger. Sommige mensen stuur ik naar de huisarts, dat zijn lopende tijdbommen.’ Neeltje: ‘Je moet altijd zelf de grens aangeven.’ Ruud: ‘Je moet nooit door je plafond, maar met discipline kan men veel. Ik heb een vrouw van 115 kilo zien afvallen tot 70 kilo. Je bent wel veroordeeld tot training.’ Neeltje: ‘Je bent chronisch!’ Toch vindt ze zichzelf niet chronisch ziek. ‘Mijn gewicht belast me, ik ben kortademig en heb ook suiker. Maar ik wil gewoon leven. Door het sporten blijf ik soepel, ik kan wel mijn eigen veters dichtknopen.’

2009


‘Ik wil positief blijven, maar ik vind dat artsen me in de steek laten,’ zegt Neeltje Wessels in 2009. Ze heeft net een trainingspauze genomen. ‘Het werd teveel, thuis liepen dingen in het honderd en mijn knieën doen pijn. Artsen willen pas opereren nadat ik ben afgevallen. Als ik vraag hoe dat moet, zeggen ze dat ieder pondje door het mondje gaat. Dat is niet altijd zo! Ik doe mijn best, verwijten helpen niet. Ik krijg nu acupunctuur en mag geen zetmeel eten. Vijf kilo kwijtgeraakt, met veel moeite. De muesli die ik moet eten belandt regelmatig in het vogelbakje. Ik ben gek op brood, ik wil een boterham!’ Fietsen is goed, maar op- en afstappen doet zoveel pijn dat het gevaarlijke verkeerssituaties oplevert. ‘Ik denk aan een driewieler, want ik kan slecht tegen beperkingen. Binnenkort ga ik met een vriendin naar een beurs, dan neem ik een rollator mee zodat ik af en toe kan zitten. Het leven gaat door.’