2009
Mustafa Jebari (36) parkeert zijn auto voor het huis
waar hij net is ingetrokken met vrouw en twee maanden
jong dochtertje, opent de achterklep, vist zijn rolstoel
tussen de verhuisdozen uit, zet hem in elkaar en rolt
voor me uit naar binnen. ‘Mijn beenspieren zijn niet
sterk ontwikkeld,’ zegt hij nonchalant, ‘maar ik heb het
geluk dat ik vrij mobiel ben.’ Als hij het ooit al
moeilijk heeft gehad met de polio-verlamming die hij als
kind opliep in zijn geboorteland Marokko, is daar nu
niet veel meer van te merken. ‘Het zijn vooral anderen
die beperkingen zien, zelf wil ik gewoon genieten en
normale dingen doen. Er zijn altijd mogelijkheden.’
Zoals meedoen aan de Paralympics van Barcelona, Atlanta,
Sydney en Athene als lid van het Nederlandse
rolstoel-basketbalteam. Op zijn 15e ontdekte Mustafa dat
die sport en hijzelf een goede combinatie vormden.
‘Rolstoel-basketbal is spectaculair, snel en heel
fysiek. Bovendien een teamsport, je bent onder
vrienden.’ Inmiddels heeft hij het niveau wat
teruggeschroefd. ‘Het werd tijd om aan een
maatschappelijke carričre te denken. Ik heb aan de Johan
Cruyff universiteit de opleiding sportmarketing en
management gedaan. Voor ik verder ga studeren, wil ik nu
eerst werkervaring opdoen.’ Ook dat heeft hij voor
elkaar: sinds januari 2009 is hij projectleider van
(S)Cool on Wheels, een project van het Fonds
Gehandicaptensport dat kinderen in groep zeven en acht
van de basisschool een goed beeld wil geven van het
leven met beperkingen, en vooral ook van de
mogelijkheden. ‘Ervaringsdeskundigen houden gratis
workshops op scholen, met een theorieen een
praktijkdeel, waarin kinderen aan den lijve meemaken hoe
het is om bijvoorbeeld in een rolstoel te zitten of
blind te zijn. We gebruiken ook een flitsende DVD met
rolstoelstunts. Het werkt erg goed, kinderen vragen je
het hemd van het lijf. Ik zou het project graag willen
uitbreiden naar het voortgezet onderwijs en het
bedrijfsleven; (S)Cool on Wheels is volgens mij niet
alleen goed voor de beeldvorming over gehandicapten,
maar ook voor degenen die voorgelicht worden. Het kan
hen inspireren, want als ze zien dat ik het uiterste uit
mezelf haal, waarom zij dan niet?’ |
|
 |
|
|