2008
‘Kansloos, terminaal, neem hem maar mee naar huis.’ Als
Elizabeth Vroom een arts zoiets hoort zeggen, wordt ze
strijdlustig. Ze is een ras-optimist, en de geschiedenis
geeft haar gelijk. In 1992 bleek haar zoon Justus de
ziekte van Duchenne te hebben, een progressieve
spierziekte die de levensverwachting bekort omdat hij
ook ademhalings- en hartspieren aantast. Twee jaar later
hoorde ze op een Amerikaans congres dat het
Duchenne-onderzoek geholpen zou zijn met veertig miljoen
dollar. Ze besloot twee miljoen voor haar rekening te
nemen, richtte het Duchenne Parent Project (DPP) op en
vier jaar later had ze het geld bij elkaar
georganiseerd. Tegenwoordig zet ze onder andere
congressen, websites en een on-line community op touw
voor ouders in binnen- en buitenland. ‘Geïnformeerde
ouders zijn de beste belangenbehartigers. We zijn
verenigd in actie, niet in treurnis. Ouders hoeven niet
in slachtofferschap te verdrinken, je kunt zelf het heft
in handen nemen. Natuurlijk moet je even bijkomen als je
hoort dat je zoon Duchenne heeft. Maar in plaats van
voor de tv terminaal te zitten wezen, kan een kind ook
aan het leven deelnemen. Justus is nu zeventien, en met
hulp van medicijnen en een rolstoel gaat het goed.
Volgend jaar wil hij industrieel ontwerpen gaan studeren
en met vrienden op kamers wonen.’ Het DPP financiert
wereldwijd onderzoeksprojecten. Jaarlijks besteedt het
vijf tot zes ton euro, afkomstig van sponsors en
donateurs en van onorthodoxe fondsenwerving als
mountainbike-races en een kinderfilmfestival. ‘Onze
activiteiten leveren publiciteit en geld op, onze
overhead is minimaal. Iedereen werkt vrijwillig. Het
kantoor bestaat uit laptops en een call-center dat
gratis onze telefoon beantwoordt. Het Keurmerk van het
Centraal Bureau Fondsenwerving is ons te duur, en hun
garantie voor goede geldbesteding vinden we niet goed
genoeg.’ Begin 2008 meldde een door het DPP
gefinancierde onderzoekster een succesvolle test van een
nieuw medicijn, een ‘reparatiesetje’ voor het defecte
gen dat Duchenne veroorzaakt. Het vermindert de ziekte
van een subgroep van patiënten; verdere ontwikkelingen
liggen in het verschiet. ‘Voor Justus werkt het helaas
nog niet. Maar dit succesverhaal bewijst dat je de hoop
nooit moet opgeven. Weiger het etiket ‘chronisch ziek’,
dat maakt je zwakker dan de ziekte zelf doet. Laatst las
Justus een folder over Wajong-uitkeringen. "Niet voor
mij bedoeld," zei hij, "het is voor mensen met een
arbeidsbeperking."
2009
Ze zijn net terug van een wereldreis, met vrienden en
vriendinnen van Justus. Elizabeth: ‘We sliepen op matjes
in Tokio, zaten in een kajak in Nieuw-Zeeland en vlogen
in een helicopter. Inmiddels woont Justus met
klasgenoten in Delft en is aan zijn studie begonnen.’
Het Duchenne Parent Project ligt op koers. ‘In de
klinische geneesmiddelentests worden nieuwe groepen
patiënten betrokken; het geïnvesteerde geld werpt echt
vruchten af. De farmaceutische industrie wordt niet
altijd positief afgeschilderd, maar zonder hen geen
geneesmiddelen. Wij mogen niet klagen over onze positie
in het krachtenveld. Beleidsmakers suggereren soms dat
patiëntenparticipatie een knieval van wetenschappers is,
maar in het ‘Duchenne-veld’ zijn wij partners, al
vijftien jaar.’ Patiëntenorganisaties kunnen van elkaar
leren, vindt ze. ‘Wat als een test-bedrijf plotseling
wordt verkocht? Als na positieve testresultaten het nog
jaren duurt voor een geneesmiddel bij de apotheek ligt?
Pompe-patiënten, waarmee we samenwerken in een Europees
netwerk, hebben het traject dat wij nu doormaken al
achter zich. Daarvan kunnen wij profiteren.’ |
|
 |
|
|