2008
Het verleden van Marcia Kroes (37) klinkt als een reis
door een zwart en grimmig land. Al jong ten prooi aan
gevoelens van eenzaamheid, belandde ze in een cirkel van
zelfbeschadigend gedrag: eetstoornissen, drugs, snijden
in zichzelf. Toch haalde ze het vwo-diploma en ging
studeren. ‘Rechten, in Leiden. Dé kakfaculteit van
Nederland, terwijl ik punk was. Daar werd ik pas echt
eenzaam.’ Na een opname zat ze vier jaar thuis bij haar
moeder, las alle streekromans van haar oma en durfde
niet meer naar buiten. Toen, tien jaar geleden, kwam
Marga in haar leven. Marga van Meurs (39) is teamleider
debiteurenbeheer bij een vrachtwagenimporteur en veel
nuchterder vind je ze niet op aarde. Marcia en Marga
werden verliefd. ‘Er komt iemand met problemen bij je
wonen, en die vind je dan leuk,’ zegt Marga. ‘Ik dacht
dat ik wist waaraan ik begon, maar dat was niet zo. Het
lukt denk ik omdat ik iedere dag op mijn werk alles
achter me kan laten. Gaat het thuis slecht, dan kan ik
op kantoor toch lol hebben.’ Marcia: ‘Marga geeft me
nooit het gevoel dat ik háár iets aandoe, ze geeft me
geen schuldgevoel. Ze veroordeelt niet en laat me in
mijn eigen tempo groeien. Dat is een grote gift.’ Door
Marga aangemoedigd, haalde Marcia het diploma
sociaaljuridische dienstverlening. Ze gingen samen naar
een lotgenotendag van borderliners, waar geklaagd werd
over de hulpverlening. Mensen die zichzelf beschadigen
worden vaak negatief benaderd en slecht geholpen: je
hebt het toch zelf gedaan? Marga: ‘Ik vond dat er actie
ondernomen moest worden. Geen woorden maar daden.’
Marcia: ‘Het lotgenotencontact was een eye-opener,
zoveel mensen met dezelfde ervaringen. Ik werd
vrijwilliger, wat uitmondde in een steungroep
zelfbeschadiging. Inmiddels is het een landelijke
stichting, waarvoor ik door het hele land voorlichting
en training geef.’ Marga: ‘Vroeger klaagde je over de
hulpverlening, nu vertel je de hulpverleners hoe het zou
moeten.’ Marcia: ‘Marga’s rol was belangrijk. Door een
duw te geven op kritieke momenten, en door praktische
hulp. Bij het maken van een nieuwsbrief, bij het
overwinnen van mijn afkeer van computers. Als ik ergens
niet heen durfde omdat ik bang was te verdwalen, zei
zij: ‘Dan breng ik je toch even?’ Als ik nu verdwaal,
weet ik dat ik er toch altijd wel kom.’
2009
‘Het blijft een worsteling want ik heb gewoon een
psychiatrische stoornis, maar het gaat gelukkig goed met
mij. Samen met een nieuwe, moderne psychiater heb ik een
medicijn gevonden dat de ergste uitschieters in mijn
stemmingen in bedwang houdt. Sinds 2007 heb ik mezelf
niet meer verwond. En Marga en ik hebben twee nieuwe
katten.’ De Stichting Zelfbeschadiging heeft veel werk
en groeit; het internetforum telt 500 leden. ‘Maar
financieel hebben we het moeilijk, lotgenotencontact is
kwetsbaar in tijden van economische crisis. Ik heb zelf
inmiddels een eigen bureau van waaruit ik trainingen
geef over onderwerpen als zelfverwonding,
ervaringsdeskundigheid en herstel-ondersteunende zorg.
In trainingen merk je dat verpleegkundigen
zelfverwonding een moeilijk, heftig onderwerp vinden,
maar ze willen het vaak wel anders aanpakken dan
vroeger, toen ze het maar aandachttrekkerij vonden die
ze negeerden. ‘Dat voelde nooit goed’, zeggen ze nu. We
zijn er nog lang niet, maar rond zelfbeschadiging is er
in de geestelijke gezondheidszorg echt een cultuuromslag
gaande.’ |
|
 |
|
|